Installatie ontluchten of bijvullen
Ontluchten
Wanneer u een borrelend geluid in de installatie hoort en de radiatoren worden slechts gedeeltelijk warm, dan zit er lucht in de leidingen en radiatoren. Daardoor werkt de cv-ketel niet goed meer: het duurt langer voordat de gewenste temperatuur bereikt is, wat méér energieverbruik betekent. U moet daarom de cv-installatie ontluchten. Dit doet u als volgt:
- Schakel de stroom uit of trek de stekker uit het stopcontact. De pomp staat nu stil.
- Wacht minstens drie minuten, zodat de lucht zich kan verzamelen in de installatiedelen.
- Begin bij de radiatoren op de begane grond. Open de speciale ontluchtingsventielen aan de bovenzijde (of zijkant) van de radiator en laat de lucht ontsnappen. Zodra er water uit komt, kunt u het ventiel weer dicht draaien.
- Voer deze handeling uit bij alle radiatoren, waarbij de radiator op zolder het laatste ontlucht wordt.
- Controleer de stand van de manometer. Wijst deze minder dan 1.0 bar aan, dan moet de installatie bijgevuld worden.
Bijvullen
De waterdruk in de installatie mag niet lager zijn dan 1kgf/cm² volgens de zwarte wijzer. Dit is af te lezen op de waterdrukmeter. Wanneer de druk lager is dan 1kgf/cm² moet de installatie met water worden bijgevuld. De vul- en aftapkraan zit altijd in de buurt van de waterdrukmeter.
Voor het bijvullen heeft u het volgende nodig: een bijvulslang met een koppeling om de slang op de cv-ketel te kunnen aansluiten, een sleutel om de vul/aftapkraan open en dicht te draaien en een ontluchtingssleuteltje. Deze spullen zijn bij het plaatsen van de cv-ketel bijgeleverd of u kunt ze kopen bij een loodgieter. Het bijvullen gaat als volgt:
- Zet de kamerthermostaat op de laagste stand en wacht tot de thermometer op de ketel minder dan 40°C aangeeft.
- Zet de pomp stil door de stroom uit te schakelen of de stekker uit het stopcontact te trekken.
- Koppel de vulslang aan de koudwaterkraan van de waterleiding. Houd het andere einde van de slang even hoog als de kraan en draai de kraan voorzichtig open. De slang vult zich met water en de lucht verdwijnt uit de slang. Sluit de kraan weer.
- Sluit vervolgens de slang aan op het vulpunt van de installatie. Open de waterkraan en voorzichtig de kraan op de installatie.
- Sluit de kraan op de installatie als er voldoende druk is bereikt (2.0 bar).
- Sluit de waterkraan en koppel de slang af.
Schakel de pomp weer in en zet de kamer- of klokthermostaat weer in de oude stand
|